Blog voor leerkrachten

Hallo,

In mijn vorige blog schreef ik je over het enorme voorstellingsvermogen van een meisje wat ik leerde rekenen.

Veel kinderen die een voorkeur hebben om in 'plaatjes' te denken, hebben een levendige fantasie. Als jij een goed verhaal vertelt, zien zij het in geuren en kleuren voor zich.

Heerlijk lijkt me dat! Je hebt non-stop de beschikking over een een privé dvd in je hoofd. Dat is wel wat anders dan die 'suffige' stem die mijn gedachten 'teistert'.

Die rijke fantasie, die levensechte beelden kunnen je goed van pas komen. Maar soms werkt het ook tegen je. Zoals bijvoorbeeld bij het vak begrijpend lezen. Daarover gaat deze blog.

 

In mijn klas zit een jongen die graag verhalen vertelt. Als hij eenmaal op zijn praatstoel zit, is er geen houden meer aan. Je ziet hem in zijn eigen (virtuele) wereld verdwijnen. Hij vertelt in een tempo wat ik nauwelijks kan bijbenen en springt razendsnel van de ene gebeurtenis over naar de andere. Ik kan de lijn van zijn verhaal met moeite volgen, ik kan geen enkele volgorde ontdekken, maar als ik naar zijn glunderende en enthousiaste gezicht kijk, wou ik dat ik voor eventjes in zijn hoofd kon meekijken. Eén beeld zegt immers meer dan duizend woorden.

Vandaag staat begrijpend lezen op het rooster. Als alle kinderen na de instructie aan het werk gaan, blijft hij even bij mij aan de instructietafel.

We zitten naast elkaar en ik probeer grip te krijgen op zijn 'plaatjes'.
Ik geef hem de volgende opdracht:

'Je leest één zin en je stopt bij de punt. Daarna vertel je aan mij welk plaatje je in je hoofd ziet'.

Hij leest de volgende zin: 'Kas fietst'.

"Ik zie in gedachten een jongen op een rode fiets. Het is heel druk op de weg, ik zie overal auto's en hij is bijna bij het stoplicht".

Tja, ik had kunnen weten dat zijn fantasie dit keer in zijn nadeel zou werken.

Als we er even over praten, vraag ik hem waar hij gelezen heeft dat Kas een jongen is, hoe hij weet dat de fiets rood is en waar staat dat het zo druk op de weg is...

Hij haalt zijn schouders op: 'Dat weet ik gewoon', zegt hij.

Nu is er werk aan de winkel.
Ik moet hem gaan leren zich aan de tekst te houden.
Ik moet hem leren dat hij in gedachten alleen maar plaatjes maakt van de woorden die hij leest.
En dat het ten strengste 'verboden' is om eigen plaatjes te bedenken of plaatjes in te vullen met wat je nog helemaal niet kan weten.

Na eventjes geoefend te hebben probeert hij het nog een keer:

"'Ik zie in gedachten iemand aan het fietsen. Ik weet nog niet of het een jongen of een meisje is. Ik denk een jongen, maar ik weet het niet zeker. Ik weet niet op wat voor kleur fiets hij fietst en verder weet ik eigenlijk nog niks...."

Hij kijkt me stralend aan!

Super gedaan! Dit was een perfect 'plaatje'! Nu begrijp je wat je leest!

Wil jij ook ervaren hoe je kinderen leert om correcte mentale beelden te maken, dan kun je me altijd uitnodigen bij jou op school voor een informatieve en creatieve workshop over taaldenken en beelddenken.

In mijn volgende blog wil ik het over spelling hebben. Om precies te zijn over 'BLOON'.
'Blonen' betekent in mijn ogen: 'perfecte plaatjes' kunnen maken: Geen letter meer, geen letter minder.

Tot de volgende blog.

Met beeldende groet,

 

Ilse Schreuder